Resultaten

Inmiddels hebben we meer dan 30 wetenschappelijke artikelen kunnen publiceren. De gevonden resultaten brachten we ook buiten de wetenschap naar voren: in vakbladen voor audiciens, in kranten, en op TV. Ze zijn gebruikt in de richtlijnen van huisartsen en bedrijfsartsen, en ook de overheid gebruikt ze om inzicht te geven in de gevolgen en behandeling van slechthorendheid.

resultaten in elkaar grijpende tandwiellen op kantoor tafel

Slechthordendheid en welzijn hand houdt ronde emoticons vast lachend en vedrietig gezicht

Slechthorendheid en welzijn

Bij vergelijkingen tussen deelnemers vonden we dat een slechter gehoor samenhangt met meer stress, somatisatie, depressie en eenzaamheid. De leeftijdsgroep waar iemand in zit maakt daarbij uit. Volwassenen van 18 tot 30 jaar zijn eenzamer, terwijl volwassenen van 40 tot 50 jaar juist meer stress, depressie en angst hadden. Het gebruik van een hoortoestel maakte daarvoor geen verschil. We keken ook of er een relatie is tussen individuele verslechtering van het gehoor gedurende 5 jaar en veranderingen in psychosociaal welzijn in die 5 jaar. Daar waren de verbanden anders. We zagen dat volwassenen van wie het gehoor slechter werd en die geen hoortoestel gebruikten, emotioneel eenzamer werden terwijl dit niet zo was bij hoortoestelgebruikers. Verder onderzoek moet duidelijk maken of het hoortoestel daadwerkelijk een beschermend effect heeft.

Onder mensen die zelf rapporteren een slecht gehoor te hebben, geven gebruikers van een cochleair implantaat (CI) aan minder last van emotionele eenzaamheid te hebben dan gebruikers van een hoortoestel en mensen die geen van beiden gebruiken. Hierbij werd rekening gehouden met de mate van gehoorverlies. CI-gebruikers hadden ook lagere angstscores dan hoortoestelgebruikers. Opvallend is dat er geen verschillen werden gevonden in psychosociaal welzijn tussen CI-gebruikers en volwassenen die naar eigen zeggen normaal horen. Er zijn meerdere verklaringen mogelijk voor de gevonden verschillen, onder andere het feit dat er strenge selectiecriteria zijn om voor een CI in aanmerking te komen en dat die selectie onze resultaten beïnvloed kan hebben. Ook hier moet nog dus nog meer onderzoek naar gedaan worden.

Hoortoestellen en andere hulpmiddelen zijn belangrijk, maar ze kunnen niet alle hoorproblemen verhelpen. Daarom wordt slechthorenden ook geadviseerd communicatie strategieën te gebruiken, zoals andere mensen vertellen dat je slechthorend bent en wat je van hen nodig hebt. In ons onderzoek bleek het gebruik van zulke strategieën en acceptatie van het gehoorverlies samen te hangen met minder sociale eenzaamheid.

Naast een gemiddeld lagere score op psychosociaal welzijn, heeft iemand die slechthorend is ook vaker één of meer andere aandoeningen. Rekening houdend met leeftijdsverschillen tussen goed- en slechthorenden, hebben volwassenen met slechthorendheid vaker suikerziekte, reumatoïde artritis, een hoge bloeddruk of obesitas. Ook vonden we een relatie met vallen door duizeligheid. Dit betekent dat mensen met slechthorendheid een complexe zorgvraag kunnen hebben, maar ook dat er bij die aandoeningen en bij valpreventie aandacht moet zijn voor het gehoor.

vele deelnemers oranje blauw personen

Al meer dan 2500
deelnemers


afgeronde onderzoeken oranje vergrootglas blauw formulier

Al meer dan 30
onderzoeksvragen beantwoord


15 jaren aan opvolging blauw vijftien oranje plus

Al meer dan 15 jaar
vervolgmetingen

Slechthorendheid en werk

In vergelijking met volwassenen met een goed gehoor hadden volwassenen met slechthorendheid vaker een laag opleidingsniveau, een lager inkomen en ook minder vaak betaald werk. Slechthorenden die wel werken hebben meer tijd nodig om van het werk te herstellen dan goed horenden, en de herstelbehoefte neemt toe naarmate iemands gehoor slechter wordt. Daarbij valt op dat maar weinig werkende slechthorenden gebruik gaan maken van hoorhulpmiddelen zoals een hoortoestel. Binnen de groep die hier wel voor in aanmerking kwam, had in vijf jaar tijd maar 22% een hoorhulpmiddel aangeschaft. Overigens had dit geen effect op een verandering in herstelbehoefte in die vijf jaar.

Slechthorendheid en werk potlood op papier plan maken met veiligheidshelm

Risicofactoren voor bekijken van gehoorgang door medisch specalist met appreratuur

Risicofactoren voor afname van het gehoor

De belangrijkste risicofactor voor het ontwikkelen van slechthorendheid is toenemende leeftijd. Om die reden wordt gehoorverlies vaak gezien als een probleem waar je pas als je bejaard bent last van krijgt. Ons onderzoek liet zien dat de afname van het gehoor al eerder begint en vanaf 50 jaar sneller gaat. In tien jaar tijd gaat bij 50-plussers het vermogen om spraak in lastige situaties te verstaan met ongeveer 30% achteruit terwijl dit tussen 18 en 50 jaar circa 20% is. Het is belangrijk dat zorgverleners zich ervan bewust zijn dat problemen met het gehoor al op jongere leeftijd kunnen ontstaan, zodat ze eerder hulp bieden. Verder zagen we dat het gehoor van mensen die roken of gerookt hebben sneller achteruit gaat dan dat van nooit-rokers. We hebben helaas niet kunnen onderzoeken of stoppen met roken gunstig werkt, maar dit lijkt wel voor de hand te liggen. We hebben ook onderzoek gedaan naar de andere risicofactoren van hart- en vaatziekten, maar deze hadden geen relatie met de afname in het gehoor.

Het gehoor gaat sneller achteruit na de leeftijd van 50 jaar oor blauw oranje dalen lijn

Het gehoor gaat sneller achteruit na de leeftijd van 50 jaar


Roken is een risicofactor voor gehoorverlies cigaret in verboden symbool

Roken is een risicofactor voor gehoorverlies


Slechter gehoor, slechtere psychologische symptomen smiley fronsen

Slechter gehoor, meer mentale problemen

Tinnitus

We hebben tot slot ook onderzoek gedaan naar de oorzaken en gevolgen van oorsuizen, ook bekend als tinnitus. Tinnitus komt vaak samen voor met gehoorverlies. Het kan bij sommige mensen het dagelijks functioneren ernstig beperken. In ons onderzoek vonden we dat mensen die roken of een hoge somatisatie-score hebben, na 5 jaar meer kans op tinnitus hebben. Bij somatisatie heeft iemand lichamelijke klachten zonder aantoonbaar ziek te zijn. Het kan zijn dat deze mensen zich meer bewust zijn van milde of tijdelijke tinnitus en daardoor meer kans hebben om er blijvend last van te hebben. Dit moet echter nog verder onderzocht worden. Ook vonden we dat mensen die meer tinnitus-hinder hebben vaak slechter horen en meer angst ervaren. Het hebben van (hinder van) tinnitus betekende echter niet dat de herstelbehoefte na het werk verhoogd was, al zagen we wel een relatie tussen stress, depressie, somatisatie en herstelbehoefte. Deze kennis kan zorgverleners helpen in de begeleiding van mensen met tinnitus.